
Genesis Het begin van alles
Kernfeiten
Auteur: Mozes, volgens de Joodse en christelijke overlevering.
Naam: Genesis is Grieks voor oorsprong of begin. In het Hebreeuws heet het boek Bereshit, het eerste woord van de tekst en dat betekent in het begin.
Plek in de Bijbel: Eerste boek van de Thora, de eerste vijf boeken van de Bijbel.Hoofdstukken: 50Periode: Van de schepping van de wereld tot de dood van Jozef in Egypte.Sleutelwoord: BeginKernversen: Genesis 1:1, Genesis 3:15, Genesis 12:2-3, Genesis 50:20Wie schreef Genesis?Genesis wordt van oudsher toegeschreven aan Mozes. Zelf komt hij niet in het boek voor, maar hij leefde eeuwen na de gebeurtenissen uit Genesis en kreeg van God het inzicht om de overgeleverde geschiedenis van de mensheid en van Israël op te schrijven. Jezus en andere schrijvers in de Bijbel verwijzen zelf ook naar Mozes als de auteur van de eerste vijf bijbelboeken.Waar gaat het over?Genesis legt het fundament voor de rest van de Bijbel. Het boek vertelt hoe de wereld, de mens en de zonde zijn ontstaan, en hoe God al vanaf het begin een plan heeft om de mens te redden. Het is geschreven als geschiedenis, geen sprookje, en laat vooral zien wie God is: Schepper, rechtvaardig en trouw.De inhoud in twaalf delenSchepping (Genesis 1-2)In het begin is er niets dan chaos en duisternis, tot God spreekt en er orde ontstaat. Zes dagen lang bouwt Hij de wereld op: licht en donker, lucht en water, land en planten, zon, maan en sterren, dieren in zee, lucht en op het land. Als laatste maakt Hij de mens, Adam en Eva, naar zijn eigen beeld. Ze mogen de aarde verzorgen en leven samen met God in de hof van Eden, zonder schaamte of angst. Op de zevende dag rust God en noemt die dag heilig. Alles is precies zoals het bedoeld is.De zondeval (Genesis 3)God geeft Adam en Eva volledige vrijheid, met één grens: niet eten van de boom van kennis van goed en kwaad. De slang zaait twijfel bij Eva over Gods bedoelingen, zij eet van de vrucht en geeft ook aan Adam, die meegaat zonder tegen te spreken. Meteen voelen ze schaamte en verstoppen ze zich voor God. Als Hij hen ter verantwoording roept, wijzen ze naar elkaar. De gevolgen zijn zwaar: pijn, moeite en de dood komen de wereld binnen, en ze worden weggestuurd uit de hof. Toch belooft God al hier een Redder die de slang zal verslaan, in Genesis 3:15.Kain en Abel, en de eerste generaties (Genesis 4-5)Adam en Eva krijgen twee zonen, Kain en Abel. Beiden offeren aan God, maar Hij waardeert het offer van Abel wel en dat van Kain niet. Kain wordt jaloers, lokt zijn broer het veld in en doodt hem: de eerste moord in de Bijbel. Als God ernaar vraagt, ontwijkt Kain het antwoord. Toch straft God hem niet met de dood, maar geeft hem zelfs bescherming. Hoofdstuk 5 geeft daarna de geslachtslijst van Adam tot Noach: ondanks zonde en dood gaat het leven door, generatie na generatie.De zondvloed en Noach (Genesis 6-9)De mensheid zakt zo diep weg in de zonde dat God er verdriet van heeft dat Hij de mens gemaakt heeft. Alleen Noach leeft rechtvaardig te midden van een verdorven generatie. God laat hem een enorme ark bouwen voor zijn gezin en twee van elke diersoort, en Noach gehoorzaamt. Dan komt de vloed: veertig dagen en nachten stroomt het water en komt alles om wat op het land leeft. Alleen wie in de ark is, overleeft. Als het water zakt, sluit God een verbond: nooit meer zal Hij het leven zo wegvagen. De regenboog wordt het teken van die belofte.Volken en de toren van Babel (Genesis 10-11)De nakomelingen van Noach groeien uit tot grote families en verspreiden zich over de aarde, elk met een eigen taal en gebied. Maar in het land Sinear besluit een groep mensen bij elkaar te blijven en een stad te bouwen met een toren tot in de hemel, uit trots en om een naam voor zichzelf te maken. God grijpt in en verwart hun taal, zodat de bouwers elkaar niet meer verstaan. Het werk valt stil en de mensen verspreiden zich alsnog over de aarde, zoals God het van begin af aan bedoeld had.De roeping van Abram (Genesis 12-14)God kiest één man om een nieuw begin mee te maken: Abram. Hij vraagt hem zijn land en familie te verlaten voor een land dat Hij nog wijzen zal, en belooft hem een groot volk en een zegen voor alle volken op aarde. Abram gehoorzaamt en vertrekt met zijn vrouw Sarai en zijn neef Lot. Onderweg is hij niet foutloos: uit angst liegt hij tegen de farao over wie Sarai is. Toch blijft God bij hem. Als Abram en Lot uit elkaar gaan, laat Abram zijn neef het beste land kiezen, en later trekt hij er zelfs op uit om Lot uit een oorlog te bevrijden. Op de terugweg zegent de koning en priester Melchizedek hem namens de allerhoogste God.Gods verbond met Abraham (Genesis 15-21)God bevestigt zijn belofte aan Abram met een plechtig verbond, maar een zoon blijft uit. Sarai verliest het geduld en laat Abram een kind verwekken bij haar slavin Hagar, en zo wordt Ismael geboren. Dat is niet Gods plan. Als Abram negenennegentig is, verandert God zijn naam in Abraham en die van Sarai in Sara, en herhaalt de belofte: binnen een jaar krijgt Sara zelf een zoon. Ondanks haar ongeloof wordt Isaak geboren, precies op tijd. In diezelfde periode oordeelt God ook over Sodom en Gomorra, die zo diep in het kwaad zijn weggezakt dat er geen redding meer voor is. Alleen Abrahams neef Lot wordt op het laatste moment gered.Abraham op de proef gesteld (Genesis 22)Jaren later vraagt God het onmogelijke: Abraham moet zijn zoon Isaak offeren op een berg. Zonder tegen te sputteren gaat Abraham op weg, vertrouwend dat God een uitweg zal geven, ook al ziet hij die nog niet. Op de berg bindt hij zijn zoon vast en heft het mes, maar op het laatste moment houdt een engel hem tegen: nu weet God dat Abraham Hem boven alles stelt. Vlakbij vindt Abraham een ram en offert die in plaats van Isaak. Het moment wijst vooruit naar de tijd dat God zelf, uit liefde, zijn eigen Zoon zou geven.Isaak, Jakob en Ezau (Genesis 23-28)Na Sara's dood vindt Abrahams knecht Rebekka als vrouw voor Isaak. Jarenlang blijft ook dit huwelijk kinderloos, tot Rebekka een tweeling krijgt: Jakob en Ezau, die al in de buik met elkaar worstelen. Ezau, de jager, is de favoriet van zijn vader, Jakob die van zijn moeder. Op een dag verkoopt de uitgehongerde Ezau zijn eerstgeboorterecht aan Jakob voor een kom soep. Later helpt Rebekka Jakob zich voor te doen als Ezau, zodat hij de zegen van zijn vader steelt die eigenlijk voor de oudste bedoeld was. Ezau is woedend en Jakob moet vluchten. Onderweg droomt hij van een ladder tot in de hemel, en God belooft hem daar dezelfde zegen als aan Abraham en Isaak.Jakob wordt Israel (Genesis 29-35)Bij zijn oom Laban wordt Jakob verliefd op Rachel en werkt zeven jaar voor haar hand, maar Laban wisselt haar op de huwelijksnacht stiekem om voor haar oudere zus Lea. Jakob moet nog zeven jaar werken voor Rachel. Uiteindelijk krijgt hij twaalf zonen en een dochter bij zijn vier vrouwen. Na twintig jaar keert Jakob terug naar huis, doodsbang voor het weerzien met Ezau. De nacht ervoor worstelt hij aan de rivier de Jabbok met een man die God zelf blijkt te zijn, en krijgt een nieuwe naam: Israel. De ontmoeting met Ezau verloopt daarna vreedzaam. Jakobs twaalf zonen worden later de twaalf stammen van Israel.Jozef verkocht en verhoogd (Genesis 37-41)Jakob houdt het meest van Jozef en geeft hem een prachtig kleed. Zijn broers haten hem erom, zeker als Jozef droomt dat zij ooit voor hem zullen buigen. Ver van huis gooien ze hem in een put en verkopen hem als slaaf, en liegen tegen hun vader dat een wild dier hem heeft verscheurd. In Egypte wordt Jozef slaaf, en later door een valse beschuldiging zelfs gevangene, maar God is met hem. Als de farao een raadselachtige droom heeft over zeven vette en zeven magere jaren, is het Jozef die de uitleg geeft. Onder de indruk maakt de farao hem op slag onderkoning over heel Egypte.Verzoening en de reis naar Egypte (Genesis 42-50)Als de hongersnood ook Kanaan bereikt, reizen Jozefs broers naar Egypte om graan te kopen, zonder te beseffen dat de onderkoning hun verkochte broer is. Jozef herkent hen, maar test hen eerst: zijn ze nu anders dan toen ze hem verrieden? Als blijkt dat ze bereid zijn zichzelf op te offeren voor hun jongste broer Benjamin, maakt Jozef zich bekend en vergeeft hij hen volledig: wat zij kwaad bedoelden, heeft God ten goede gekeerd. Heel de familie van Jakob verhuist naar Egypte en bouwt daar een nieuw leven op. Genesis eindigt met de dood van Jakob en Jozef, en de belofte dat God zijn volk ooit terugbrengt naar het beloofde land.Kernverzen om te onthoudenGenesis 1:1 laat zien dat God er al was voor alles bestond, en dat Hij de bron is van alles wat leeft.Genesis 3:15 is de eerste belofte in de Bijbel van een Redder die de zonde zal overwinnen.Genesis 12:2-3 is de belofte aan Abraham die uiteindelijk uitloopt op de komst van Jezus.Genesis 50:20 laat zien dat God ook pijnlijke gebeurtenissen gebruikt voor een goed doel.Waarom dit boek belangrijk isGenesis legt het fundament voor de rest van de Bijbel. Het boek is belangrijk omdat het laat zien:•Wie God is: Schepper, rechtvaardig, en tegelijk trouw en genadig.•Wie de mens is: geschapen naar Gods beeld, maar gebroken door de zonde.•Waarom Jezus nodig was: al in Genesis 3 belooft God een Redder.•Hoe God werkt: door gewone, vaak falende mensen heen, met een plan dat groter is dan hun fouten.Woordenlijst: Hebreeuwse woorden uit GenesisGenesis is oorspronkelijk in het Hebreeuws geschreven. Deze woorden zijn belangrijk omdat ze steeds terugkomen door de hele Bijbel heen, of omdat ze een nuance laten zien die in een gewone vertaling verloren gaat.Bereshit (in het begin). De Hebreeuwse naam van het boek en het eerste woord van de tekst. Laat meteen zien dat God aan het begin van alles staat.Elohim (God). Het woord voor God in Genesis 1. De vorm is meervoud, maar wordt gebruikt met een enkelvoudig werkwoord, wat wijst op de macht en grootheid van de ene God. Komt honderden keren terug door de hele Bijbel heen.JHWH (HEER, de eigen naam van God). Komt vanaf Genesis 2 naast Elohim voor. Dit is de persoonlijke verbondsnaam van God, in de meeste vertalingen weergegeven met HEER in hoofdletters, en blijft door de rest van de Bijbel de naam van God.Ruach (Geest, adem, wind). De Geest van God die over het water zweefde bij de schepping, Genesis 1:2. Hetzelfde woord staat later voor de Heilige Geest.Tselem (beeld). Het woord dat gebruikt wordt als God zegt dat Hij de mens naar zijn beeld maakt, Genesis 1:26-27. De basis voor de waarde van ieder mens.Nefesj (ziel, leven, persoon). Wordt in Genesis 2:7 gebruikt voor de mens nadat God hem levensadem inblies. Komt honderden keren terug in de Bijbel en laat zien dat een mens niet zomaar een lichaam met een ziel erin is, maar in zijn geheel een levend wezen.Ezer (hulp, iemand die bijstaat). Wordt in Genesis 2:18 gebruikt voor de vrouw als hulp voor de man. Datzelfde woord gebruikt de Bijbel op andere plaatsen voor God zelf als hulp van Israel, bijvoorbeeld in Psalm 33:20. Dat laat zien dat hulp geven geen teken van minderwaardigheid is, maar van kracht naast iemand staan.Berit (verbond). Een plechtige belofte tussen God en mensen. Komt terug bij Noach, Abraham en later het hele volk Israel.Zera (zaad, nageslacht). Belangrijk woord in de belofte van Genesis 3:15 en de belofte aan Abraham. Wijst vooruit naar Jezus als het beloofde nageslacht.
